ijsbreker

mannelijk (de)/ˈɛizbrekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een sterk, krachtig schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om zich een weg door het ijs te banen en alzo een vaargeul voor andere schepen te openen

Etymologie

*Samenstellende afleiding van ijs en de stam van breken

Vertalingen

Engelsice-breaker
Fransbris-glace
DuitsEisbrecher
Spaansrompehielos
Italiaansrompighiaccio
Russischледокол
Poolslodołamacz
Zweedsisbrytare
Deensisbryder