iglo
mannelijk (de)/ˈiɣlo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een traditionele, meestal ronde behuizing van de Inuit die vervaardigd is van stevige sneeuwblokkenEr wonen niet zo veel mensen meer in iglo's.
Etymologie
*Afkomstig van het woord ᐃᒡᓗ (iglu, "huis") uit het Inuktitut
Vertalingen
Engelsigloo
Fransigloo
DuitsIglu
Spaansiglú
Italiaansigloo
Portugeesiglu
Russischиглу
Zweedsigloo
Deensiglo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek