idool

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die verheerlijkt wordt.
    Het idool trad voor duizenden mensen op in de concerthal.
    Degene die een pak slaag kreeg van Berts nieuwste idool Max Schmeling en dus geen Duits zwaargewichtkampioen werd.
  2. religie (religie) persoon of voorwerp dat als een godheid wordt aanbeden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afgod(sbeeld)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1462