iatrosoof

mannelijk (de)/iˌjatroˈzof/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die elk ingrijpen van de reguliere geneeskunde afwijst
    Maar natuurlijk is het niet juist om alle alternatieve geneeswijzen over één kam te scheren. Er is een verschil tussen de kwakzalverij van een iatrosoof en het werk van een natuurgenezer of een homeopaat.

Etymologie

* afleiding van iatrosofie