ia

/ˈija/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. geluid van een ezel die balkt
    Showman Henny Huisman kwam meteen opdraven toen hij ezel moest spelen in een van Barts tv-fantasieën. „Alleen ia ia zeggen en kijken zoals je altijd kijkt: dom”, waren de instructies van Bart.

Etymologie

*(klanknabootsing)