hypotheekportefeuille

mannelijk (de)/ˌhipoˈtekpɔrtəˌfœyjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hypotheekleningen die een hypotheekverstrekker heeft uitstaan
    In hoeverre was dat genoeg? Zou ze ook voor hem zijn gevallen als hij de hypotheekportefeuille van een middelgrote bank had beheerd? Of was het in het geval van Margarita toch ook de aantrekkingskracht van het hof geweest? Van de paleizen, de lakeien, de rijtoeren, de buitenlandse reizen, een leven in het licht van de schijnwerpers? In een rechtvaardige, door de natuurwetten geregeerde wereld was de dochter een jongere, mooiere versie van de moeder.