hydrauliek

mannelijk (de)/ˌhidrɑuˈlik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) aandrijftechniek die gebruikmaakt van vloeistof, de hydraulische vloeistof, onder (hoge) druk.

Etymologie

*via "hydraulique" en Latijn "hydraulica" van "ὑδραυλικός" (hudraulikós) "met betrekking tot een waterorgel"