hybris

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhibrɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie, formeel (psychologie) (formeel) overmoed, overdreven trots, hoogmoed, grootheidswaanzin

Etymologie

* Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘overmoed’ voor het eerst aangetroffen in 1896

Vertalingen

Engelshybris, hubris
Franshybris, hubris
Spaanshibris