huttentut
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort kruisbloemige plant , op zandgrond voor het oliezaad gekweekt (een van de oudste Nederlandse cultuurgewassen)
Etymologie
*, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1808
Vertalingen
Spaanscamelina, nabo francés, sésamo bastardo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek