hutspot
mannelijk (de)/ˈhʏtspɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) stamppot van aardappelen en wortels (eventueel uien)De hutspot werd geserveerd met klapstuk.Hoofdgerecht: malse hertenbiefstuk met lak van kruidnagel, wildragoutloempia, gesmoorde spruiten, spek, ui en hutspot. Tubantia Dolf Ruesink 25-01-18 [https://www.tubantia.nl/lezersmenu/kies-het-beste-lezersmenu-van-2017~a0f88098/ Kies het beste lezersmenu van 2017]
- (figuurlijk) het bij elkaar gooien van allerlei uiteenlopende zakenHij heeft ons een mooi referaat gegeven, een soort hutspot van alles.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1527
Vertalingen
Engelshodge-podge, hotch-potch, hodgepodge
Franshochepot
Spaanshervido de zanahorias, cebolla y patata, puré de patatas con carne, cebollas y zanahorias, puré de patatas con cebollas y zanahorias
Portugeesguisado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek