humus

mannelijk (de)/ˈhymʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Humus is het traag afbreekbare deel van de organische stof in de bodem; organische stof is al het dode organische materiaal dat in de bodem aanwezig is.
    Humus is meestal het zwarte van de aarde dat bestaat uit vergane plantenresten.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘teelaarde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1828