humorloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het humorloos zijnDe humorloosheid van de rechter zorgde ervoor dat de grapjas een hoge straf kreeg voor wat hij zelf een grapje noemde.
Etymologie
* afgeleid van humorloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek