humbug
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schijnvertoning uit bluf of bedrog
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bluf’ voor het eerst aangetroffen in 1901 . Verdere etymologie onzeker. Samenstelling van hum ("hummen") en bug ("mythisch wezen, geest")?
Vertalingen
Engelssly joke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek