hulpkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die helpt in de huishouding
    Wel kregen twee mensen zuurstof toegediend: een bewoonster en een hulpkracht. Zij hoefden niet mee in de ambulance.
  2. iemand die tijdelijk helpt bij het vervullen van een taak
    Het bedrijf werft momenteel personeel voor het Eibergse filiaal, onder meer een verkoopmedewerker, hulpkracht en vulploegmedewerker.

Vertalingen

Engelsauxiliary worker, temporary helper, stand-in