huizes

/ˈhœyzəs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. genitief enkelvoud van huis

Etymologie

*"huis" met de uitgang -(e)sDoordat de sisklank van de stam niet meer aan het eind van het woord staat, wordt die net als in "huizen" weer stemhebbend en daarom met een z geschreven.

Uitdrukkingen

  • de heer des huizes