huismiddel

onzijdig (het)/ˈhœysmɪdəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat als geneesmiddel gebruikt wordt zonder dat daarvoor wetenschappelijk bewijs is en dat zonder recept gekocht kan worden
    “In mijn puberteit ben ik wel op dieet geweest. Ik ben opgegroeid tussen volle vrouwen, dus als kind was ik er nooit mee bezig. Maar ik zat op ballet en als ballerina hoor je er slank uit te zien. Ik schrapte de koolhydraten en greep naar huismiddeltjes, zoals citroensap met kaneel. Ik verloor wel wat kilo’s, maar werd niet echt slank.”de Telegraaf Marjolein Hurkmans 25 februari 2017
  2. eenvoudig middeltje dat men gebruikt voor het oplossen van een huishoudelijk probleem
    Kun je het beste vertrouwen op de kracht van een hogedrukspuit, vertrouwt u op ouderwetse huismiddeltjes, koopt u in de bootshop een speciaal bootpoetsmiddel of gebruikt u hetzelfde als voor de auto? Of laat u de boot vies worden of juist regelmatig schoonmaken door een professional.de Telegraaf 29 mei 2015

Etymologie

*, op te vatten als terugvorming uit huismiddeltje zonder het achtervoegsel -tje

Vertalingen

Engelshome remedy, household tip, household trick
Fransremède de bonne femme, remède de grand-mère, astuce de grand-mère
DuitsHausmittel, Haushalttipp
Spaansremedio casero, remedio de la abuela
Italiaansrimedi della nonna