huisjas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœysjɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jas voor binnenshuis gebruik
    Ik zal nooit van mijn levensdagen voorgesneden groente kopen, maar het is niet zo dat ik doodval op een dubbeltje. Ik koop wel eens een boek of huur een video voor de kinderen. Mijn gezin loopt niet rond in een huisjas in de winter en je krijgt bij mij geen opgewarmde koffie van gisteren. NRC R. van der Zee 25 juni 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/06/25/verrijk-uzelf-wees-zuinig-10551629-a423688 Verrijk uzelf, wees zuinig]
    Het doet onweerstaanbaar denken aan een oude cartoon van Sempé. We zien de schrijver in zijn gecapitonneerde bibliotheek. Huisjasje aan, pen in de aanslag, papier voor zich. Hij schrijft: "Het regende. De man bevroor van honger en kou in deze grauwe en vijandelijke straat, waar de gemene en zelfvoldane burgers in behaaglijke warmte zijn gehuisvest." HP de Tijd R. Kaal 23 september 2011 [https://www.hpdetijd.nl/2011-09-23/een-gearriveerde-rebel/ Een gearriveerde rebel]
    "De kostuums zijn er!" Alle acteurs en actrices die in het theater van het Onafhankelijk Toneel op de repetitie wachten rennen naar de dozen uit Engeland. De gewone kleren gaan uit, de toneelkleren aan: een roomgele jurk met ruches, een driedelig ravenzwart pak, een huismantel waarvan de zoom statig over de grond sleept. Slonzige tijdgenoten veranderen in dames en heren uit de vorige eeuw. De heer in die prachtige huisjas, fluistert regisseur Mirjam Koen, dat is de componist Richard Wagner. De jongeman met die gesoigneerde snor is niemand minder dan de filosoof Friedrich Nietzsche. En de vrouw aan de piano, dat is Cosima. NRC A. de Jong 8 november 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/11/08/schoften-zijn-mijn-helden-gesprek-met-toneelschrijver-7331083-a196678 Schoften zijn mijn helden; Gesprek met toneelschrijver Erik-Ward Geerlings]