huiler
mannelijk (de)/ˈhœylər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die huiltTja, 'Love story'. Film en boek groeiden indertijd uit tot klassiekers die tot twee kampen leidden: de huilers en de haters. Het fondantzoete verhaal over de gedoemde liefde tussen de rijke Harvard-'prep'Oliver ('kakker'in de vertaling van Jan Rot) en het arme meisje Jenny, van Italiaanse komaf, zorgde in elk geval voor een internationale opleving in de tissue-industrie.Het Parool CORRIE VERKERK 2 DECEMBER 2013 [https://www.parool.nl/recensies/zakdoeken-bij-de-hand-houden-tijdens-musical-love-story~a3555019/ Zakdoeken bij de hand houden tijdens musical Love story (***) ]
- (dierkunde) jonge zeehond die op het strand of op het wad ligt en zijn moeder is kwijtgeraaktDe zeehondencrèche in Pieterburen wordt overspoeld met huilers, jonge zeehonden die hun moeder zijn kwijtgeraakt. Dat bevestigt Daniella van Gennep van de Zeehondencrèche zaterdag.Het Parool 6 JULI 2013 [https://www.parool.nl/binnenland/huilers-overspoelen-zeehondencreche~a3471600/ Huilers overspoelen zeehondencrèche]
- marinier in opleiding die niet kan werken onder gezag of tijdsdrukZoals voetbalcoach Leo Beenhakker enige tijd geleden repte over ‘de patatgeneratie’, zo wordt bij de opleiders van de mariniers gesproken over de generatie van de ‘huilers’. (Nieuwe Revu, 13/12/1990)ENSIE 16-05-2017 [https://www.ensie.nl/scheldwoordenboek/huiler huiler ]
Etymologie
* van huilen
Vertalingen
Engelswhimperer, squealer, howler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek