Hui
mannelijk/vrouwelijk (de)/hœy/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vloeistof die bij de kaasbereiding ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel
Etymologie
*Een nevenvorm van wei waarin de begin-w gevocaliseerd is.
Uitdrukkingen
- in armoede leven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek