hufter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) (informeel) man die zich lomp, onbehouwen en/of aanstootgevend gedraagtMet die hufter wil ik niets van doen hebben.Je bedoelt dat Brylcreem-type in je klas van het meisjestikkertje spelen? Hij is hier één keer binnen geweest met een vriendin van me. Eén keer! En hij is daarna nooit meer uitgenodigd, die stomme hufter.
Etymologie
* In de betekenis van ‘Bargoens scheldwoord: schoft’ voor het eerst aangetroffen in 1927
Vertalingen
Engelslout, jerk, asshole
Fransplouc, péquenaud, rustre
DuitsRüpel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek