hub
mannelijk (de)/hʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (luchtvaart) knooppunt in het luchtverkeer
- (informatica) onderdeel in computernetwerken dat meerdere apparaten met de rest van het netwerk verbond, voordat het gebruikelijk werd om dat met behulp van een switch [6] te doen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek