houtworm
mannelijk (de)/ˈhɑutwɔr(ə)m/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kevers) benaming voor verschillende in hout levende insectenlarven
- (tweekleppigen) benaming voor een in hout leven weekdier,
Vertalingen
Engelswoodworm
Fransperce-bois
DuitsHolzwurm
Spaanscarcoma
Italiaanstarlo
Poolskornik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek