houtskoolvuur
onzijdig (het)/ˈhɑutskolˌvyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- warmtebron bestaande uit brandende stukjes verkoold houtAllereerst moet het stuk rundvlees gemarineerd worden in de juiste kruiden. Dan wordt het gerookt in een houtskoolvuur.De geuren van kookpotten en houtskoolvuren dwarrelen de auto in.Hele families kamperen op de betonnen vloer en stoken houtskoolvuurtjes om rijst te koken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek