houder

mannelijk (de)/ˈhɑudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een bepaald stuk/recht in handen heeft
  2. iemand die dieren in bezit heeft
  3. object dat iets zo omvat dat het op zijn plaats blijft

Etymologie

*afgeleid van houden

Vertalingen

Engelsholder, holder, socket
Spaansportador, propietario, portador