hoteltoren
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoog en smal gebouw dat men als hotel gebruiktAl etend keek ik zwijgend uit het grote raam vanuit de hoge hoteltoren over de besneeuwde bergen die ik net had verlaten. Het was prachtig en overweldigend geweest in de bergen maar ik verlangde naar de eenvoud en openheid van de woestijnheuvels van Noord-Californië die nu voor me lagen.Hier verrijst een 47 meter hoge hoteltoren in twaalf bouwlagen. De entree komt in het laagbouwgedeelte aan de achterzijde. Hier komen eveneens vergaderruimtes en het restaurant.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek