hotelhouder

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de eigenaar van een hotel
    De hotelhouder was overspannen en verkocht zijn hotel.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van hotel en de stam van houden

Vertalingen

Engelshotelkeeper, hotelier
Franshôtelier
DuitsHotelbesitzer, Hotelier
Spaanshotelero