hotelhouder
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de eigenaar van een hotelDe hotelhouder was overspannen en verkocht zijn hotel.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van hotel en de stam van houden
Vertalingen
Engelshotelkeeper, hotelier
Franshôtelier
DuitsHotelbesitzer, Hotelier
Spaanshotelero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek