hotelgast
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die in een hotel overnachtWat wel vaststaat, is dat de hotelgasten straks bij La Place-restaurants terecht kunnen. Die horecaformule, sinds een jaar eigendom van supermarktbedrijf Jumbo, zal het ontbijt en diner in de hotels gaan verzorgen. Dat is onderdeel van de afwikkeling van de Autogrill-deal, waarbij Gr8 Investments alle achttien AC-restaurants doorverkocht aan La Place. NRC Barbara Rijlaarsdam 1 januari 2017
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek