hospitant

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een aanstaand leraar die als stagiair werkt op een school
  2. toehoorder op een school die een deel van de lessen en colleges volgt
    Toen hij in de gaten kreeg dat de kunst voor zijn zoon geen hobby maar levensbehoefte was, deed hij met succes zijn best hem als hospitant op de academie Minerva in Groningen te krijgen, als leerling schilderen en tekenen die was vrijgesteld van de lessen talen en wiskunde omdat hem daartoe de vooropleiding ontbrak. NRC Bas Roodnat 28 juni 1996
  3. iemand die probeert een kamer te krijgen in een studentenhuis tijdens het hospiteren

Etymologie

* van hospiteren