hop
mannelijk (de)/hɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (neushoornvogelachtigen) bepaald soort vogel, , met typische kuif
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) (drinken) bepaalde plant die onder andere wordt gebruikt bij de bereiding van bier
tussenwerpsel
- uitroep bij een opspringende beweging
zelfstandig naamwoord
- (dans) benaming voor een (dans)beweging op één been, die doet denken aan huppelen, stap-hop-stap-hop
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) inham langs de kust
Etymologie
*[D] van Middelnederlands """, cognaat met """, in de betekenis van ‘inham’ aangetroffen vanaf 1401
Vertalingen
Engelshoopoe, hop
Franshuppe fasciée, huppe, houblon
DuitsWiedehopf
Portugeespoupa
Russischудод, хмель
Turksibibik, çavuş kuşu
Poolsdudek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek