hoos

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) sterk wervelende wind met soms een slurf
    De hoos nam allerlei stofdeeltjes de lucht in.

Etymologie

* In de betekenis van ‘wervelwind als een slurf’ voor het eerst aangetroffen in 1610

Vertalingen

Spaanstromba