hoos
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) sterk wervelende wind met soms een slurfDe hoos nam allerlei stofdeeltjes de lucht in.
Etymologie
* In de betekenis van ‘wervelwind als een slurf’ voor het eerst aangetroffen in 1610
Vertalingen
Spaanstromba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek