hooivork

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap, landbouw (gereedschap), (landbouw) vorkvormig landbouwwerktuig waarmee bijvoorbeeld hooi wordt opgestoken
    Met een hooivork werden de bonen bij plukken uit de ruiter gehaald en op het uitgespreide zeil in een hoop neergelegd.[http://www.zeeuwseankers.nl/data/item/Dorsen.pdf Dorsen], zeeuwseankers.nl

Vertalingen

Engelshayfork, pitchfork
Fransfourche
DuitsGabel, Heugabel
Spaanshorca, bieldo