hoogdringendheid

vrouwelijk (de)/hoɣˈdrɪŋəntˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. noodzaak van een spoedige oplossing
    Van onder uit moet de hoogdringendheid van een oplossing worden opgedrongen en dit zal slechts kunnen als iedere medeburger de ogen begint te openen en te zien.

Etymologie

*; afgeleid van "hoogdringend"