hoogconjunctuur
vrouwelijk (de)/ˈhoxkɔɲʏŋkˌtyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) tijd van grote economische bloei die zich kenmerkt door een grote, economische bedrijvigheid, een geringe werkloosheid en een krachtige bestedingsneiging onder consumenten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek