hoogconjunctuur

vrouwelijk (de)/ˈhoxkɔɲʏŋkˌtyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) tijd van grote economische bloei die zich kenmerkt door een grote, economische bedrijvigheid, een geringe werkloosheid en een krachtige bestedingsneiging onder consumenten