hoogbouw
mannelijk (de)/ˈhoɣbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gebouw met zoveel verdiepingen dat een lift verplicht is (in Nederland meer dan 5 verdiepingen)In tien jaar groeide de stad uit tot een metropool van 6 miljoen inwoners, nu met veel hoogbouw en met een omvangrijke stedelijke middenklasse. NRC Zef Hemel 23 september 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek