hoofdpoort
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- belangrijkste toegangspoort van een gebouw of terreinMet alleen zijn linkeroog blikte hij zo in rusteloze afwisseling naar het bordes en naar de hoofdpoort.De hoofdpoort van vernietigingskamp Auschwitz
Vertalingen
Engelsmain gate
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek