hoofdpoort

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. belangrijkste toegangspoort van een gebouw of terrein
    Met alleen zijn linkeroog blikte hij zo in rusteloze afwisseling naar het bordes en naar de hoofdpoort.
    De hoofdpoort van vernietigingskamp Auschwitz

Vertalingen

Engelsmain gate