hoofdnoot

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. belangrijkste, overheersende muzieknoten in een muziekstuk of akkoord
    Met de elektro-mechanische pianola konden Honing en Desain een paar jaar geleden onomstotelijk vaststellen dat speelsnelheid van voorslagen (korte versieringsnootjes voor een hoofdnoot) in pianomuziek aan geheel eigen wetten gehoorzaamt. NRC Hendrik Spiering 13 september 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/09/13/muziek-is-geen-geluid-music-mind-machine-onderzoekt-7367697-a78358 Muziek is geen geluid; 'music mind machine' onderzoekt de menselijke muzikaliteit]
    Mintz leek die halve eeuw vooral aan zijn snelheid te hebben gewerkt. Zuiverheid en communicatie moesten het veelal ontgelden en vooral zijn toon: hele passages verwerden tot een supersonisch gekras in alleen nog metronomisch exacte zestienden. Muzikale hoofd- en bijzaken werden soms haast karikaturaal van elkaar gescheiden: de hoofdnoten met een volle klank, de rest ondergedompeld in de mist. NRC Jochem Valkenburg 22 oktober 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/10/22/mintz-paganini-met-te-veel-gekras-11415028-a234304 Mintz’ Paganini met te veel gekras]
    Mooi is de passage over de muzikale terminologie van de parfumeur (hoofdnoten, hartnoten en basisnoten), die aan zijn ‘geurorgel’ (een bureau met verdiepingen vol notenmateriaal) zijn reukwerken componeert. NRC 14 juli 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/07/14/ruik-maar-geniet-met-mate-3200450-a1511753 Ruik, maar geniet met mate]