hoofdkarakter

onzijdig (het)/ˈhoftkaˌrɑktər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van de meest kenmerkende innerlijke eigenschappen
    Zo zal een gebied ontstaan met glooiende heide en op een aantal koppen wat zand. Dat laatste zal niet het hoofdkarakter zijn. Aan de andere kant hoeft het ook niet een hele paarse vlakte te zijn.
  2. letterkunde (letterkunde) persoon die in het verloop van een verhaal veel meer aandacht krijgt dan andere personen die daarin voorkomen
    In het eerste bedrijf moeten we het belangrijkste personage zien te mangelen in een dilemma gruwelijk als een martelwerktuig, anders hebben we geen drama. Het hoofdkarakter is hier een tot paus uitverkoren theoloog van Duitse afkomst: Benedictus.
    Naast de knuffels wordt het kind bijgestaan door de drie hoofdkarakters Plato, de coach en opa. Plato is het vriendje van de leerling, hij geeft tips. De coach formuleert de doelstelling en bewaakt deze. (…) Opa houdt zich op de achtergrond en staat voor de intelligentie.