hoofdhuis

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het belangrijkste gebouw van een groep gebouwen
    Haar woedende uitvallen moeten toen door de houten muren van het hoofdhuis op Jasnaja Poljana over de weiden hebben geschald.
    Het thema is dit jaar 'Van Kasteel tot Buitenplaats'. Te zien is hoe kastelen na de middeleeuwen zijn veranderd in buitenplaatsen, met om het hoofdhuis heen tuinen, parken, vijvers, koetshuizen en oranjerieën. Onder de deelnemers zijn Slot Loevestein, het Muiderslot en het Kasteel van Breda.