hoofddirecteur

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) de directeur die leiding geeft aan de andere directeuren
    Achteloos noemde hij een klus op het Boeran-ruimtevliegtuig, en daarna een baan als uitvoerend hoofddirecteur voor een zeker vrachtruimteschip; maar daarna werd zijn uitleg vaag.