hoofdacteur

mannelijk (de)/ˈhoftɑkˌtør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel, filmkunst (toneel) (filmkunst) speler die de voornaamste rol of een van de voornaamste rollen in een voorstelling vertolkt
    Tussen de scènes zingen de frisse jongens in pak beleefde grapjes, die ze onder andere met een wasbord begeleiden. Telkens komt een andere hoofdacteur met hen meedoen.
    In een goed toneelstuk bestaat er wel een onderscheid tussen hoofdrollen en bijrollen, maar niet tussen hoofdacteurs en bijacteurs. En goede speler is een goede speler.
  2. figuurlijk (figuurlijk) degene die voor een bepaalde ontwikkeling veel belangrijker is dan andere betrokkenen
    Jammer is dat hij slechts met enkele van de hoofdacteurs van het Watergate-drama heeft gesproken.