honingzuigers
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een familie van vogels uit de orde zangvogels. De meeste soorten uit deze familie komen voor in Afrika, en en een paar soorten in het noorden van Australië. In Zuid-Afrika worden ze suikerbekkies genoemd
Etymologie
* "honingzuiger" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek