hongersnood

mannelijk (de)/ˈhɔŋərsˌnot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wijdverspreide honger als gevolg van voedselschaarste
    De bezetting van westelijk Nederland eindigde in een hongersnood.
    Er verschenen boeken als The Population Bomb van Stanford-hoogleraar Paul Ehrlich, waarin hij waarschuwde voor grote hongersnoden aan het eind van die eeuw omdat er nooit genoeg voedsel geproduceerd kon worden voor de exploderende bevolking. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/bevolkingsgroei-maakt-een-welvarend-en-groen-afrika-mogelijk~bff6f0a1/ Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk]
    Menselijke aangelegenheden waren al net zo onveranderlijk als de seizoenen. Keizerrijken bloeiden op en raakten in verval. Perioden van overvloed werden afgewisseld met hongersnoden, maar in essentie bleef alles bij het oude.

Vertalingen

Engelsfamine
Fransfamine
DuitsHungersnot
Spaanshambre
Italiaanscarestia
Portugeescarestia
Chinees饥荒
Arabischمجاعة
Poolsgłód
Zweedsdyrtid