hondsheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onbeschoftheid, onwellevendheidMisschien geldt die verklaring zelfs voor de hondsheid der sociaal-democraten. Die hebben ook bijna altijd het nakijken. NRC Jan Kuitenbrouwer 10 augustus 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/08/10/dragonder-7152440-a1233582 Dragonder]
- de eeuwigdurende trouwAls er dan toch iets is dat de hondsheid zo honds maakt, dan is het niet zozeer de hond zelf als wel zijn trouw. Een hond is trouw die kan blaffen. Over die trouw gaat het dan ook als regel. Elke dag terugkomen op het graf van het baasje, kinderen redden uit brandende huizen, nooit teleurstellen, dat is het universum van de hond en dat zal het altijd blijven, want als iemand een vaste rol heeft, dan is het wel het dier in de literatuur. NRC Midas Dekkers 29 september 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/09/29/de-hond-is-geen-held-waarom-er-zo-weinig-honden-in-7282611-a567107 De hond is geen held; Waarom er zo weinig honden in kinderboeken voorkomen]
Etymologie
* afleiding van honds
Vertalingen
Engelsimpertinence
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek