honderdveertig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌhɔndərtˈfertəx/

Betekenis

telwoord
  1. "140", het getal tussen honderdnegenendertig en honderdeenenveertig, honderd plus veertig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen honderdveertig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer honderdveertig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 140 is aangeduid
    Als jij honderdveertig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 140 eenheden
    Die honderdveertig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Franscent-quarante
Duitseinhundertvierzig
Italiaanscentoquaranta