honderdtwintig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌhɔndərˈtwɪntəx/

Betekenis

telwoord
  1. "120", het getal tussen honderdnegentien en honderdeenentwintig, honderd plus twintig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen honderdtwintig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer honderdtwintig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 120 is aangeduid
    Als jij honderdtwintig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 120 eenheden
    Die honderdtwintig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Franscent-vingt
Duitseinhundertzwanzig
Italiaanscentoventi