hondenlul
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de penis van een hond
- (scheldwoord) scheldwoord, in het bijzonder voor voetbalscheidsrechtersnadat een voetballer (op 7 december 1969) een scheidsrechter hondenlul had genoemd, was de kreet 'hi ha hondenlul tientallen jaren zeer geliefd onder voetbalsupporters
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek