hondenbezitter
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die een hond heeftWelke mensen eigenlijk precies? De hondenbezitters die hun hond naar de kant trokken, of diegenen die demonstratief in groepjes voor de avondwinkel hun biertje stonden te drinken? Wie zijn de goeden en wie de slechten? Dora weet het niet, en ze wil het ook niet weten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek