hondenbezitter

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die een hond heeft
    Welke mensen eigenlijk precies? De hondenbezitters die hun hond naar de kant trokken, of diegenen die demonstratief in groepjes voor de avondwinkel hun biertje stonden te drinken? Wie zijn de goeden en wie de slechten? Dora weet het niet, en ze wil het ook niet weten.