homozygoot

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhomoziˌgot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) een (diploïd) organisme dat slechts één allel van een gen heeft
    Deze homozygoot heeft rode bloemen.

Etymologie

*afgeleid van zygoot

Vertalingen

Engelshomozygote, homozygous
Franshomozygote
Duitsgleicherbig, reinerbig
Spaanshomocigoto, homozigoto
Portugeeshomozigoto