hommel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɔməɫ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vliesvleugeligen) insect uit een geslacht van insecten die behoren tot de familie . Er zijn wereldwijd ongeveer 250 soorten hommels die van nature voorkomen in Europa, Noord-Afrika, Azië, Noord- en Zuid-Amerika. Verschillende Europese hommelsoorten zijn door de mens geïntroduceerd in Nieuw-Zeeland en Tasmanië. In België en Nederland komen ongeveer dertig verschillende soorten voor, waarvan enkele zeldzaam zijn
- (plantkunde) hopplant
- (muziek) muziekinstrument, verwant aan de doedelzak
Etymologie
*[1] en [3] afgeleid van het klanknabootsende Middelnederlands hommelen ( [2])
Vertalingen
Engelsbumblebee
Fransbourdon
DuitsHummel
Spaansabejorro, abejarrón
Italiaansbombo
Portugeesmamangaba
Russischшмель
Chinees土蜂, 大黄蜂
Koreaans뒝벌
Arabischنّحلة
Poolstrzmiel
Zweedshumla
Deenshumle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek