hoeveelheid
vrouwelijk (de)/huˈvelhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de kwantiteit waarin iets aanwezig isDe hoeveelheid malware is in één jaar verdrievoudigd.Op de trail had ik eindelijk het gevoel een hippie te zijn omdat ik in een gemeenschap leefde van vrije geesten, kleurrijk en stoffig. Niemand scheerde zijn kin of oksels, bh’s bleken niet te werken onder zware rugzakken en er was een gezonde hoeveelheid vrije liefde onder de jonge garde.Maar om te zorgen dat de boog niet instortte in de harde wind moest je een vakwerk van hout en planken bouwen dat vanaf de bodem van het dal omhoogging — er waren enorme hoeveelheden hout nodig om de ondersteuning sterk genoeg te maken.
Etymologie
*afgeleid van hoeveel
Vertalingen
Engelsamount
Fransquantité
DuitsMenge
Spaanscantidad, cuantía
Italiaansquantità
Portugeesquantidade
Russischколичество
Japans量, 高
Turksmiktar
Poolsilość, liczba, kwota
Zweedsmängd
Deensmål, mængde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek